+ Ontwikkelingssamenwerking


Ontwikkelingssamenwerking heeft ten doel in ontwikkelingslanden burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen en zo een hogere levensstandaard te bereiken. Ontwikkelingssamenwerking is actief op terreinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, economische ontwikkeling, landbouw, natuur en infrastructuur.

+ Issues

Voorbereide wetgeving: alle stichtingen mogelijk verplicht tot openheid over ontvangen donaties
Alle stichtingen in Nederland worden mogelijk verplicht om openheid te geven over ontvangen donaties. Op deze manier kan ongewenste buitenlandse financiering van bijvoorbeeld religieuze instellingen beter worden aangepakt. Zoals vaak is de aanleiding misstanden. Nu is dat de vermeende schimmige financiering van gebedshuizen. De discussie betreft vooral de financiering van instellingen via moeilijk te doorgronden netwerken van natuurlijke personen en rechtspersonen in verschillende landen. Het is daardoor onduidelijk waar het geld precies vandaan komt en waar het voor gebruikt wordt.

Voor een deel is er al wetgeving tegen terrorisme financiering via de WWFT. Aanvullende wetgeving is echter gewenst volgens het kabinet. Transparantie door publicatie van de jaarrekening wordt overwogen. Dit is een voorstel dat al langer in de pen zit. Stichting hoeven nu in principe geen jaarrekening te deponeren bij de kamer van koophandel. Het financieel expertise centrum zal nader onderzoek gaan doen naar buitenlandse financieringsstromen van NGO’s.

Meer info op de site van de rijksoverheid: http://iturl.nl/snJRQ). De kamerbrief is te downloaden via deze link: http://iturl.nl/snJRQ.

Commentaar Dubois & Co op ontwerprichtlijn RJ 650
Op de ontwerprichtlijn voor fondsenwervende instellingen (RJ 650) kon tot 31 juli commentaar uitgebracht worden. Wij hebben van die mogelijkheid gebruikt gemaakt en commentaar ingestuurd. Het toepassen van de nieuwe richtlijn is van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2017, vrijwillige toepassing vanaf jaarrekening 2016 is mogelijk. Op de website van de RJ zijn ook andere commentaren te lezen, zie www.rjnet.nl

Het nieuwe Validatiestelsel & de erkenningsregeling
Op 1 januari 2016 is de nieuwe erkenningsregeling voor goede doelen gestart. De bestaande keurmerken, codes, regels en normen zijn toe aan een opfrisbeurt. Daarom komt de sector met een nieuwe erkenningregeling die de bestaande keurmerken vervangt en beter past bij deze tijd. De erkenningsregeling komt in plaats van bestaande keurmerken (het CBF-Keur, het RfB-keur en het Keurmerk Goede Doelen).

De maatschappelijke rol van filantropie wordt steeds belangrijker. De filantropische sector bestaat uit drie grote partijen: de goede doelen (fondsenwervende organisaties), de kerkelijke instellingen en de vermogensfondsen. Samen willen zij de transparantie in de sector vergroten en het toezicht moderniseren. Verenigd in de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) hebben zij het initiatief genomen een nieuw validatiestelsel te ontwikkelen dat hierin voorziet. Dit initiatief is een direct voortvloeisel uit het in 2011 gesloten convenant 'Ruimte voor Geven' tussen kabinet en SBF. Afspraak daarin was dat overheid en sector gezamenlijk een visie op verantwoording en toezicht ontwikkelen met zelfregulering van de sector als vertrekpunt.

Het nieuwe Validatiestelsel is een set van afspraken voor kwaliteit, verantwoording en toegankelijke publieksinformatie. Met de overheid zijn afspraken gemaakt over het algemeen verbindend verklaren van nieuwe normen. De SBF-partijen hebben gezamenlijk de visie, uitgangspunten en pijlers voor een nieuw validatiestelsel geformuleerd. Deze pijlers zijn:

• Een code-SBF-Code Goed Bestuur - die onderschreven wordt door vermogensfondsen, kerkelijke instellingen en fondsenwervende organisaties in de filantropie.
• Normen (gedifferentieerde normen, afhankelijk van het type organisatie).
• Toezicht op de naleving van de normen.
• Eén centraal informatiepunt filantropie; een publiekstoegankelijk (digitaal) en centraal informatiepunt met vermelding van de diverse organisaties.

Het toezicht wordt gemoderniseerd. Voor de goededoelensector is toezicht op inkomsten, goed bestuur en bestedingen een vanzelfsprekend vereiste. Maar er komt meer aandacht voor de resultaten van organisaties en de maatschappelijke betekenis daarvan. Goede Doelen Nederland heeft samen met andere partijen binnen de sector een start gemaakt met de inrichting van het Validatiestelsel in de vorm van een nieuwe erkenningsregeling. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) die de nieuwe toezichthouder wordt. De erkenningsregeling kan nu al worden aangevraagd via www.cbf.nl. Voor bestaande keurmerkhouders, bestaat er een overgangsregeling. Informatie over de aanmeldingsprocedure, de overgangsregeling en de kosten kunt u vinden op erkenningregeling.

Verantwoordingsmodel WNT 2015
Om organisaties te faciliteren bij een volledige en juiste WNT-verantwoording in de jaarrekening over boekjaar 2015, is er op de website topinkomens.nl een model-verantwoording WNT opgesteld. Deze is te downloaden via de volgende website: www.topinkomens.nl/documenten/richtlijnen/2014/12/23/verantwoordingsmodel.

Veranderingen Aanbestedingswet 2016
Voor organisatie die subsidie krijgen, maar ook voor Goede Doelen kunnen Europese aanbestedingsvoorschriften van toepassing zijn. De vraag of je een publiekrechtelijke instelling bent en dus gehouden bent aan de (Europese) aanbestedingsvoorschriften is vaak niet zo eenvoudig. Maar soms staat ook gewoon in de subsidietoekenning dat organisaties zich moeten houden aan (Europese) aanbestedingsvoorschriften. Meer informatie over de vraag of je een publiekrechtelijke instelling bent is hier te vinden: http://iturl.nl/sniWcDA Vanaf april 2016 wordt een aangepaste Aanbestedingswet van toepassing. In het wetsvoorstel zijn verschillende veranderingen opgenomen. Informatie over deze veranderingen: http://iturl.nl/snP-BLy
In deze circulaire van augustus 2015 (ingangsdatum september 2015!) van het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt bepaald wat de waarde van opdrachten is die volgens afwijkende procedures (meervoudig onderhandse procedure, nationale aanbesteding of enkelvoudig onderhands) aanbesteed kunnen worden. Dit verstrekt dus duidelijkheid op basis van de waarde van de opdracht, welke procedure in een concreet geval de aangewezen procedure is. Zie document: gewijzigde-circulaire-grensbedragen-procedures-aanbestedingswet-2012-per-1-sept-2015
Gezien de complexiteit die komt kijken bij het onderwerp aanbestedingen zullen wij voor onze klanten en relaties een seminar gaan organiseren. Zie https://www.dubois.nl/issues/agenda-bijeenkomsten-en-activiteiten/

Duiding van het geactualiseerde btw besluit (btw 283) voor ontwikkelingssamenwerking.
De fiscalisten van Less Grey geven hun visie en duiding over de aanpassing van de zogenaamde ‘nul procentregeling’ (btw-283). Betwijfeld wordt of de definitie van ondernemerschap wel zo eng opgevat kan worden als nu in het besluit verwoord.
Voor organisaties in deze sector is het relevant kennis te nemen van dit besluit en de gevolgen goed te inventariseren. Deze visie kan hierbij behulpzaam zijn.
Zie Memo besluit OS 21 10 2015

Fraudebeheersing - 'Report to the Nations on Occupational Fraud and Abuse'
Als onderdeel van een accountantscontrole is de beheersing van frauderisico's een gespreksonderwerp met het management en de toezichthouders. Bewustwording over frauderisico's en fraudebeheersing is daarbij essentieel. Het jaarlijkse wereldwijde onderzoek naar fraude die wordt gerapporteerd in het 'Report to the Nations on Occupational Fraud and Abuse' van de Association of Certified Fraud Examiners (ACFA) draagt hier aan bij (analyse van meer dan 1.400 fraudegevallen in meer dan 100 verschillende landen!).
Een paar belangrijke lessen die uit dit rapport te trekken zijn:
  1. Tips zijn de meest voorkomende methode om fraude te ontdekken. De helft van deze tips komt van het eigen personeel. Organisaties met een goed meldpunt ontdekken fraude sneller en de omvang van de fraudekosten zijn dan ook aanzienlijk lager.
  2. Externe accountantscontrole is de minst effectieve manier om fraude te ontdekken. Het onderzoek wijst uit dat toeval vaker de reden van ontdekking is dan accountantscontrole. Dit benadrukt dus dat organisaties vooral ook andere maatregelen moeten nemen om fraude te ontdekken.
  3. Fraude wordt vooral gepleegd door 'eerste overtreders' die niet eerder veroordeeld zijn. Ook gebeurt dit vaak na een relatief groot aantal dienstjaren. Alleen screening bij indiensttreding is niet afdoende.
Kennis nemen van de management samenvatting van twee pagina’s (http://www.acfe.com/rttn-summary.aspx) en de ‘Fraud Prevention checklist' (op blz 76) van twee pagina's zal bijdragen aan een beter fraudebewustzijn. Voor het volledige rapport: http://iturl.nl/snlI26q
Organisaties die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking verstrekken vaak subsidies aan partnerorganisaties in het Zuiden. De ‘Fraud Prevention checklist' kan behulpzaam zijn om de fraude beheersing bij samenwerkingspartner in kaart te brengen en te verbeteren. Bijvoorbeeld door aan te dringen op een meldpunt voor fraude en misstanden mocht dit er nog niet zijn.

Actualisatie ‘nul procentregeling’ (btw 283) – de toepassing van btw voor Ontwikkelingswerk; uitvoering van projecten in ontwikkelingslanden
Door het ministerie van financiën is de lang verwachte actualisatie van de regeling voor omzetbelasting voor projecten in ontwikkelingslanden gepubliceerd. Voor meer informatie over de historie op dit voor ontwikkelingssamenwerking belangrijke dossier, verwijzen we naar de website van de brancheorganisatie Partos (http://iturl.nl/snpQ4VC). Voor organisatie in deze sector is het relevant kennis te nemen van dit besluit en de gevolgen goed te inventariseren. Het geactualiseerde besluit is via de volgende link te raadplegen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2015/09/30/blkb2015-76-ob-ontwikkelingswerk-uitvoering-van-projecten-in-ontwikkelingslanden

Hoe verwerkt een penvoerder de alliantiesubsidie van Buitenlandse Zaken in de jaarrekening?
Met de komst van nieuwe penvoerders vanaf 2016 binnen het subsidieprogramma Pleiten en Beïnvloeden is het voor deze penvoerders misschien een vraag hoe je de subsidie van de alliantie in de jaarrekening verantwoordt. Ook voor de begroting kan deze vraag relevant zijn. Loopt de gehele subsidie van de alliantie via de eigen staat van baten en lasten?
Voordat het MFSII-programma van start ging hebben wij hierover met andere accountantskantoren en het ministerie van Buitenlandse Zaken overleg gevoerd. Dit resulteerde in duidelijkheid over de wijze waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken de verantwoordelijkheid van de penvoerder voor de verstrekte subsidie aan de alliantieleden (mede-indieners) beziet. Deze verantwoordelijkheid wijkt niet af van de verantwoordelijkheid voor de subsidieverstrekking aan de eigen samenwerkingspartners in het zuiden. Het gevolg is dat de totale alliantiesubsidie van het ministerie, inclusief de subsidie die verstrekt is aan de alliantieleden, verantwoord dient te worden in de staat van baten en lasten.
De subsidie die door de penvoerder aan de alliantieleden verstrekt wordt, wordt verantwoord als subsidieverplichting en besteding in het kader van de doelstelling. Voor de verwerking van deze besteding is de reguliere bepaling uit Richtlijn 650 voor Fondsenwervende instellingen van toepassing. Voor de penvoerder is sprake van een subsidieverplichting nadat het bestuur een besluit ter zake heeft genomen en dit kenbaar heeft gemaakt aan de subsidieontvanger (alliantielid), waardoor een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting ontstaat.

Wet Normering Topinkomens (WNT)
Voor gesubsidieerde instellingen is vaak de Wet Normering Topinkomens (WNT) van toepassing. Deze wet is in werking getreden in 2013, voor 2015 aangepast (WNT 2) en inmiddels niet meer nieuw. Naast de meer algemeen bekende informatie hier nog wat minder bekend WNT informatie:
  1. Voor organisaties op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (en voor zorginstellingen, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen en, woningbouwcorporaties) gelden andere, sectorale, normen. Voor ontwikkelingssamenwerking is de WNT-norm voor 2015: € 163.000. Zie ook: http://wetten.overheid.nl/BWBR0035796/geldigheidsdatum_12-01-2015
  2. Ook extern ingehuurde topfunctionarissen vallen onder de WNT zodra zij in een aaneengesloten periode van achttien maanden zes maanden of meer de functie van topfunctionaris vervullen.
  3. Naast verantwoording in de jaarrekening moeten jaarlijks vóór 1 juli de bezoldigings­gegevens en eventuele ontslagvergoedingen van (gewezen) topfunctionarissen worden gemeld aan ‘de minister’; deze melding kan via internet gedaan worden. Zie: https://melden.topinkomens.nl/
  4. Ook als de WNT niet specifiek genoemd is in een subsidietoekenning kan deze voor een instelling van toepassing zijn. Bijvoorbeeld in de situatie waarin sprake is van een door de overheid gesubsidieerde instelling, waarbij de overheidssubsidie ten minste € 500.000 per jaar bedraagt, ten minste voor 50% deel uitmaakt van de inkomsten van dat jaar en voor een periode van tenminste drie jaar wordt verstrekt. Zelf bepalen of uw instelling onder de WNT valt kan met behulp van http://iturl.nl/snftBZs
  5. Een WNT-plichtige instelling kan fuseren met een niet-WNT-plichtige instelling. Bij een fusie gaan alle rechten en verplichtingen van rechtswege over op de verkrijgende rechtspersoon. Zonder voor iedere situatie hier direct een passend antwoord te kunnen geven is het in het algemeen zo dat de verkrijgende rechtspersoon direct na de fusie onder de bepalingen van de WNT valt.
Meer informatie over de WNT is te vinden op www.topinkomens.nl/

Toekomst ontwikkelingen (WNT 3)
Inmiddels is de WNT3 aangekondigd. Dit wetsvoorstel beoogt de normering te laten gelden voor alle medewerkers in de publieke en semipublieke sector, dus niet alleen voor de topfunctionarissen. Men streeft ernaar om dit wetsvoorstel uiterlijk 1 januari 2017 in werking te laten treden. Er is sprake van het voornemen tot een wetsvoorstel te komen om bij algemene maatregel van bestuur enkele inkomensbestanddelen aan te wijzen die geheel buiten het WNT-bezoldigingsbegrip vallen en dus boven op het van toepassing zijnde maximum genoten kunnen worden. Denk daarbij aan de afkoop van vakantiedagen en dergelijke. Deze componenten moeten in ieder geval tot en met 2014 geheel tot de bezoldiging worden gerekend.